|
Het Nedersaksische Holland ...
De Grafschaft Bentheim ligt vlak aan
de Nederlandse grens en doemt met inham in ons land op. Deze ligging
vlak aan de grens biedt tal van voordelen. Veel Nederlanders en
inwoners van de Grafschaft winkelen en fietsen grensoverschrijdend. Het
bekoorlijke landschap nodigt uit tot verkenningstochten, bovendien
bieden de verschillende evenementen en vrijetijdsactiviteiten voor elk
wat wils. Ook op cultureel en economisch terrein bestaan er al lange
tijd intensieve contacten en ook betrekkingen.
Geschiedenis
De
geschiedenis van de Grafschaft Bentheim gaat in historische zin terug
tot het jaar 1050. In die tijd werd voor het eerst in oorkondes gewag
gemaakt van plaatsnamen van de Grafschaft in de Werdener Urbaren.
Vermoed wordt, dat de graven van Bentheim sinds de tijd van Kareld de
Grote als landheren fungeerden. In de burcht van Bentheim zijn
tegenwoordig nog de Romaanse bouwelementen zichtbaar, die verwijzen
naar de vroege Middeleeuwen.
Schüttorf is de oudste stad in de
Grafschaft Bentheim. Graaf Egbert verleende de stad in het jaar 1295
stadsrechten. In de 14e eeuw werden meer steden gesticht langs de
Vecht, zoals Nordhorn en Neuenhaus. Bad Bentheim daarentegen ruilde pas
in de 19e eeuw de status van "vlek" in tegen die van "stad".
Al
in het jaar 1000 vormde het Bentheimer zandsteen het belangrijkste
exportproduct van de Grafschaft Bentheim. De graven van Bentheim
verleenden in die tijd handelaren, kooplieden en handwerkslieden
bijzondere privileges, die hen vrijwaarden van belasting aan het huis
van de graven. Deze belangrijke voorwaarden leidden er toe dat zelfs
handelswaren uit verre landen als Rusland, Scandinavië, Engeland , maar
ook uit de lakencentra Vlaanderen en Holland in de Grafschaft Bentheim
terecht kwamen. In de 13e eeuw veranderden de koopmanhanzen in
hanzesteden, waardoor de Grafschaft Bentheim meer en meer een bindend
element ging vormen in de hanzehandel tussen Westfaalse steden als
Münster en de Nederlandse steden in Overijssel. Belangrijke
handelswegen voerden zowel per schip over de Vecht als met paard en
wagen over straten.
Niet in de laatste plaats hierdoor bleven de
traditionele banden tussen de Grafschaft Bentheim en Nederland nauw.
Want ook de kerkelijke hoogwaardigheidsbekleder van de
Niedergrafschaft, die vanaf de Middeleeuwen tot aan de Reformatie in
handen was van het bisdom Utrecht - in de Obergrafschaft lag deze bij
de bisschoppen van Münster - versterkte deze banden. Het noordwesten
van de Grafschaft Bentheim bleef door de moeilijk toegankelijke
moerasgebieden in zijn ontwikkeling sterk geremd. In de 19e eeuw
ontstonden in de moerassen van de Niedergrafschaft weliswaar de eerste
nederzettingen van kolonisten, maar toch was het leven van de mensen in
het moeras uiterst eenvoudig en armoedig. Het belangrijkste doel was in
eerste instantie op eigen kracht te zorgen voor het dagelijks brood.
Tochten naar de dichtstbijzijnde grotere plaatsen bleven een
zeldzaamheid en als deze al werden ondernomen, dan was het voor
kerkbezoek of aanleidingen als de veemarkten in Neuenhaus of Lingen.
Deelnemen aan culturele evenementen bleef voornamelijk beperkt tot de
eigen moerascultuur.
De eerste pogingen om de moerasgebieden
infrastructureel te ontsluiten, werden georganiseerd door de
nationaal-socialisten in de vorm van de Rijksarbeidsdienst. In 1934
werden aan de linker zijde van het Kanaal Coevorden-Picardie, in
oostwest-richting aangelegd, kampen van de Rijksarbeidsdienst
opgericht. Jonge mannen uit Sachsen en Bayern werden ingedeeld
overeenkomstig de rangorden van de latere Wehrmacht en kregen het
commando straten aan te leggen door het moeras. Het enige gereedschap:
een blank gepoetste spade. Op "bevel van de Führer" werden deze
werkkampen in 1936 opgeheven.
In hetzelfde jaar ontwikkelde de
voor het moerasgebied verantwoordelijke overheid in Papenburg een plan
voor een strafkamp voor de Niedergrafschaft. Bekende namen zijn
Bathorn, Alexisdorf en Füchtenfeld. Deze werden, intussen meer aan de
rechter kant van het Kanaal Coevorden-Picardie, 1938 gerealiseerd. Daar
werden enkele maanden politieke vluchtelingen gekazerneerd. Toen de
oorlog uitbrak kwamen in 1939 de eerste krijgsgevangenen uit Polen,
later ook Nederlanders, Fransen, Russen en Italianen naar het kamp. De
gevangenen werden hoofdzakelijk in bedrijven in de Grafschaft Bentheim
(textielindustrie) en op boerderijen, maar ook voor werk in het moeras
ingezet. Het werk was zwaar, daarbij kwam dat er nauwelijks te eten
was, zodat veel gevangenen aan ondervoeding, besmettelijke ziektes en
het falen van de bloedcirculatie stierven.
Pas na het stichten
van de Bondsrepubliek Duitsland in het jaar 1949 konden voor het eerst
middels het "Emslandplan" voldoende financiële middelen beschikbaar
worden gesteld voor de infrastructurele ontsluiting van de
moerasgebieden. In delen van de voormalige krijgsgevangenkampen
ontstonden kolonies voor vluchtelingen en asielzoekers.
Relatie met Nederland
De
vreselijke gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog verstoorden
veel goede relaties tussen mensen uit de Grafschaft en hun Nederlandse
buren en leidden in de eerste jaren na de oorlog aanvankelijk tot
hevige spanningen tussen beide volken. De Nederlanders probeerden, ter
compensatie van de vernederingen die ze moesten ondergaan, het gebied
van de Niedergrafschaft alsook delen van de Obergrafschaft in bezit te
krijgen. Dit voornemen stuitte echter op weerstand bij de Britten, die
deze bezette zône als eigenstandig veroverd gebied beschouwden en er
daarom ook aanspraak op meenden te kunnen maken. Zo werd er langs de
Duits-Nederlandse grens een 3-6 km brede beschermde zône ingericht,
waarbinnen de Duitse boerderijen werden onteigend en die alleen met een
speciale legitimatie betreden mocht worden. Ook deze omstandigheden
droegen er toe bij dat de Grafschaft Bentheim in de daaropvolgende
jaren opnieuw tot een eiland verwerd. De Duits-Nederlandse culturele
activiteiten bleven aanvankelijk ook op een laag pitje staan. Pas toen
de verhouding tussen de beide culturen versoepelde, werd tegen het
einde van de jaren '50 het afgesloten gebied opgeheven en de culturele
uitwisseling weer opgepakt. Ook is aan de oprichting van het
grensoverschrijdende instituut Euregio te danken dat, behalve het
oplossen van de grote economische problemen (vooral veroorzaakt door
mono-structuur van de textielindustrie), het weer doen opleven van de
culturele uitwisseling tussen de regio's een uitdaging werd.
Bron: www.grafschaft-bentheim-tourismus.de/nl/
|